natuur en techniek
natuurwetenschappelijk en technisch maandblad
BESTEL DIT EXEMPLAAR
49e jaargang / nr. 5 / 1981
pag. 322-341
J. Smit - Windenergie - Energiebron voor de toekomst?
Windenergie zou in de toekomst een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan onze energiebehoefte. De energie-opbrengst van een windturbine is o.a. afhankelijk van de windsnelheid en van de grootte en het type van de windturbine. Een aantal aspecten van de toepassing van windenergie zullen nader bekeken worden, waarbij met name op de ruimtelijke aspecten wordt ingegaan. Het blijkt dat zowel op het land als op zee voldoende ruimte is voor het technisch mogelijke maximale aantal windturbines dat aan het openbare elektriciteitsnet kan worden gekoppeld.
pag. 342-361
H. Collewijn - Zien met bewegende ogen.
Om goed te kunnen zien moet de stand van het oog in de ruimte precies bestuurd worden door de oogspieren. Eerst moeten de vele toevallige hoofd- en lichaamsbewegingen worden gecompenseerd, door tegengestelde oogbewegingen, om een chaotische beweging van de afbeelding op het netvlies te voorkomen. Vervolgens moet het beste, centrale deel van het netvlies gericht worden op het object dat we in detail willen zien. Tenslotte mag het oog ook niet volkomen stil staan, omdat anders door adaptatieprocessen de waarneming sterk vermindert.
pag. 362-381
F. P. Israel - Mars - Paradijs voor geologen.
De planeet Mars toont in velerlei opzichten overeenkomsten met onze eigen planeet. Toch zijn er een aantal belangrijke verschillen. Zo is er bijv. de enorme scheur van de Mariner Vallei, waarbij de Afrikaanse breukvallei in het niet verzinkt; het Tharsis schild met zijn imposante vulkanen waarbij de Hawaiiaanse vulkanen op Aarde verbleken. Zowel de duidelijkheid, als de omvang van deze valleien en vulkanen zijn een gevolg van het feit dat Mars kleiner en minder massief is dan de Aarde. Dit hangt samen met de geringere zwaartekracht.
pag. 382-397
J. G. van de Tweel - Cellulaire immunologie - De rol van de thymus.
De ontwikkeling van de cellulaire immuniteit is in belangrijke mate afhankelijk van de thymus (zwezerik). Onder invloed van dit orgaan en de stoffen die het produceert, rijpen de stamcellen uit het beenmerg uit tot volwaardige T-lymfocyten die een immuunreactie kunnen aangaan met lichaamsvreemde stoffen. De T-cellen begeven zich naar de lymfatische organen en circuleren in het bloed, waar zij o.a. zorgen voor de afweer tegen een aantal vreemde stoffen en cellen. De afwezigheid van T-cellen leidt tot ernstige stoornissen in de afweer, die vaak levensbedreigend zijn.